Wat ik haat aan hardlopen

Gekke titel natuurlijk voor een hardloopblog: ‘Wat ik haat aan hardlopen’… Zeker gezien ik van heel veel dingen hou binnen het hardlopen. Dingen als bijvoorbeeld een lopersgroet, persoonlijke records of het finishen van een marathon.

Dat dus vooropgesteld. Maar vanmiddag werd ik door een uitspraak van Olivier Heimel, hoofdredacteur van de Runner’s World, en later door een zwerm vliegjes in mijn mond tijdens m’n avondschemerloop aan het denken gezet. De relatie tussen de zwerm vliegjes in mijn mond en het haten moge voor zich spreken, maar de quote van Heimel zal ik even optekenen en uitleggen. Hij vatte zijn ervaring met zijn allereerste marathon namelijk samen in de uitspraak ‘Je bent tijdens een marathon gewoon een paar uur lang boos op jezelf’. En dat is eigenlijk best raar wanneer je met het, zeker wat mij betreft, mooiste element uit je hobby bezig bent. Best raar, maar wel waar.

Voor ik overigens naar de uitleg daarvan ga, een paar andere haatzaken naast vliegjes. Even snel. Dan heb ik ze allemaal een keer van me afgeschreven en hoef ik er niet los hiervan een heel onsmakelijk blog aan te wijden. Hier komen ze: schuurplekken in de lies, bloedende tepels, loslatende teennagels en Tom Dumoulintjes in de graskant. Zo. Dat is uit de weg. Op al deze punten kom ik overigens steeds beter uit de verf door gebruik van vaseline, strakzittende kleding, ruimere schoenen en de juiste ontbijtsamenstelling. Kwestie van al-doende-leert-men…

Maar wat dus niet weg te smeren of uit te balanceren lijkt, is dat ik mezelf soms haat tijdens het hardlopen. En dat haat ik op die momenten het allermeest aan hardlopen. Ik haat vooral de kilometers tussen tweeëndertig en veertig van een marathon. Steeds weer opnieuw. Gezien ik mezelf bewust ook voor die kilometers heb opgegeven, ben ik dus boos op mezelf. Ik vervloek mijn toenmalige idee van het inschrijven, vind de trainingen die geleid hebben tot deze acht helse kilometers nutteloos en wil het liefst opgekruld in de berm gaan liggen tot iemand me oppakt en over de finish tilt. De reden dat ik toch doorloop – de ene keer sierlijker dan de andere keer – is een piepklein stemmetje dat de haat overstemt. Dit stemmetje vertelt mij dat die medaille glanst, dat het ijskoude finishbiertje beter smaakt dan alle andere en dat het verhaal van de marathon uiteindelijk mooier is dan de gevoelens tijdens die acht kilometer. Mede dóór die acht kilometer.

Gek dat een stuk zelfkastijding nodig is om je hobby tot de max uit te kunnen voeren. Maar toch blijft ik die marathons lopen. De uitdaging zit hem er juist in dat stemmetje te vinden en hem steeds iets harder te laten klinken. Dat lukt me al beter dan in het begin, al ben ik er zeker nog niet. In Rotterdam ging het onlangs ondanks een niet al te lekkere laatste tien redelijk prima, maar vorige maand in Utrecht werd het stemmetje zo goed als weggedrukt door kou, kramp, zelfmedelijden en algehele hardloophaat.

Ik hoop dat ik het stemmetje blijf vinden, maar het hoeft van mij nooit op voorhand al te winnen. Het hoeft van mij nooit makkelijk te worden. Want juist het overwinnen van die haat maakt het houden van hardlopen zo mooi. En als het dan toch ooit te makkelijk wordt? Dan zoek ik het nog verder. Nog hoger. Nog extremer. Tot ik weer een haat vind die het verhaal weer mooi genoeg maakt. En zo ben je er dus nooit écht en duurt de reis voort. En daar hou ik dan wel weer van…

De verstandigste marathon

Evenement: NN Marathon Rotterdam
Datum: zondag 8 april 2018
Starttijd: 10:07
Plaats: Rotterdam
Deelnemers: 16.000
Eindtijd: 3:47

“Kom op, Thierry!” hoor ik langs de kant oneindig veel keren. Meestal van vreemden, maar ook nog nooit zo vaak van bekenden. “Klein stukje nog!” Leugenaars…

Ik liep mijn derde Rotterdam. De mooiste marathon van Nederland met een fantastische route en een geweldig publiek. En dat bleek zeker gisteren maar weer eens. De lente kwam plots in volle glorie achter het wolkendek vandaan en zette zestienduizend lopers in het – niet per se gewenste – zonnetje. Een beetje gekke dag werd het hierdoor. Zeker gezien we een maandje geleden nog op het ijs stonden. En ik ga dit weer niet als excuus gebruiken, maar wel als aanleiding. De aanleiding tot een hele bewuste en, al zeg ik het zelf, verstandige beslissing nadat het gewoon niet meer lekker liep.

Precies op het punt waar ik de Brielselaan op draaide, op zo’n tweeëntwintig kilometer, gooide ik een knop om. Deze knop ging van ik-moet-rond-de-vijf-minuten-de-kilometer-lopen naar finish-nou-maar-gewoon(-en-geniet!). Dat klinkt als een logisch besluit en misschien is dat het ook wel. Het is alleen een besluit dat ik nog nooit eerder in een marathon heb kunnen nemen. Ik was dan ook best een beetje trots op mezelf…

Maar betekende dit besluit dan dat de rest van de Marathon Rotterdam vlekkeloos verliep? Zeker niet. De eerste tien kilometer erna nog wel. Daarin genoot ik op een veel rustiger tempo van de route en van het publiek. Daarna, op de welbekende Bosdreef, begon ie gewoon welbekend en ouderwets pijn te doen. Maar het gaf niet. Het was namelijk Rotterdam. En dat verzekerde mij en mijn medelopers van een onaflatende stroom aan aanmoedigingen, spandoeken, winegums, dropjes, bananen en high fives van zowel onbekenden als bekenden.

De laatste kilometers liep ik redelijk gelijk op met een collega die haar eigen pijnlijke strijd aan het strijden was en realiseerde ik mij nog net wat meer dat iedereen toch echt zijn eigen wedstrijd liep. Ergens is het ook bizar je zo druk te maken over een eindtijd wanneer die zo gigantisch ver van die van de winnaar af ligt.

Achteraf hoorde ik niets dan verhalen van marathons die anders liepen dan gepland, maar dat kwam voornamelijk omdat de lopers net als ikzelf verstandige beslissingen namen. Soms niet de leukste beslissingen, maar gelukkig wel beslissingen die ervoor zorgen dat het recreatief lopen van een marathon een uitdagende hobby blijft en geen geforceerde poging tot winst op je eerdere zelf.

Het heeft er bij mij in ieder geval voor gezorgd dat mijn derde marathon van dit jaar er eentje is waar ik nu al met veel plezier op terugkijk.

En eentje waarvan ik nu alweer zo goed als zeker kan zeggen: tot volgend jaar!

De pijnlijkste marathon

Evenement: Utrecht Science Park Marathon
Datum: zondag 18 maart 2018
Starttijd: 12:30
Plaats: Utrecht
Deelnemers: 353
Eindtijd: 3:59

“Kunnen we je ergens mee helpen, Thierry?” vroeg de op zo’n 34 kilometer langsfietsende EHBO-dame.
“Heb kramp. Maar het gaat wel,” overtuigde ik haar, maar vooral mezelf.

Vier weken geleden leerde een zweepslag mij wat een blessure is.
Drie weken terug liet ik de kruk waarmee ik het normale lopen ondersteunde voor het eerst weer staan.
Twee weken gelee begon ik voorzichtig met 8 kilometer hardlopen.
Vorige week liep ik een halve marathon met de rem op 5 minuten per kilometer.

En gisteren tikte ik voor de dertiende keer de marathonafstand aan. Veruit mijn langzaamste marathon. Veruit mijn koudste marathon. Veruit mijn meest gure marathon. Maar bovenal veruit mijn pijnlijkste marathon, doorspekt met kramp en ongemak.

Gisteren vond ik mezelf een halve marathon lang vooral een domme sukkel. Niet omdat de zweepslag terugkwam. Dat had einde oefening geweest. Maar een domme sukkel omdat ik per se moest van mezelf. Omdat ik niet halverwege besloot te finishen op de halve. Omdat ik in de haast mijn bidon, muts en handschoenen in mijn tas had laten zitten. Omdat ik te lang op mijn oude schoenen had doorgelopen en zodoende gloednieuwe inliep op een marathon. Omdat ik een marathon aan het lopen was die ik voor het grootste deel van deze marathon helemaal niet wilde lopen.

En vooral dat laatste knaagde. Ik heb nog nooit de volle tweeënveertig kilometer een marathon wíllen lopen. Er is altijd een moment dat ik het lopen en mezelf vervloek, maar dat moment zit doorgaans tegen het einde aan. Niet in de laatste eenentwintig kilometer en ook nog eens een deel van de eerste paar kilometer.

Het grootste deel van de ervaring ligt bij mezelf, maar de marathon zelf hielp ook niet mee. De route is vrij onaantrekkelijk, met enkel een paar leuke kilometers door het centrum van Utrecht. Het weer was vreselijk met een gevoelstemperatuur van min 10 door de koude, gure oostenwind. En door dit weer leek het water bij de drankposten ijswater en was het publiek grotendeels afwezig.

Al met al geen topdag. Maar goed. Leer je van. Word je sterker van. Neem je mee voor een volgende.

Vandaag vind ik mezelf nog steeds een domme sukkel. Maar wel een domme sukkel die vol goede moed gaat trainen voor de volgende. En een domme sukkel met toch mooi weer een nieuwe marathonmedaille…

Pats! Een zweepslag…

Ik zette af zoals ik duizenden keren had afgezet. Gewoon mijn linkerbeen onderweg naar een volgende stap. Een nietszeggende pas halverwege een nietszeggende training op een nietszeggend paadje in een nietszeggend grasland.

‘Pats!’

Er knapte iets in mijn linkeronderbeen. Hoorbaar zelfs, meende ik. Het voelde aan als een messteek en nog voor ik landde, wist ik dat het niet goed zat. Ik kon geen normale stap meer zetten en vloekte en tierde in het nietszeggende grasland tegen niets en tegen alles.

De eerste halve minuut schoot er van alles door mijn hoofd: ‘Hoe kan dit? Ik ben nog nooit geblesseerd geweest!’, ‘Hoe moet het nu met al m’n marathonplannen?’, ‘En mijn vooraf gereserveerde podiumplekje bij de cross morgen?’. Vlak daarna werd het heel praktisch. Ik stond tenslotte in een nietszeggend grasland op vier kilometer van huis en kon geen normale stap meer zetten. Gelukkig had ik mijn telefoon bij me.

Een half uur later was ik een kilometer verder gestrompeld naar een met de auto bereikbare weg en werd ik opgehaald. Nog een half uur later stond ik onder de douche en concludeerde ik dat het er niet af te douchen was. Nog een half uur later stelde de dienstdoende weekendarts een zweepslag in de kuit vast nadat hij een klein kuiltje in de spier waarnam. Hooghouden, koelen en twee tot acht weken rust. Ik kreeg een hippe steunkous mee voor wat compressie.

Maar wacht eens even. Twee tot acht weken rust? Twee tot acht weken rust? Maar… Ja, wat maar? Recht staan doet al pijn. Naar de andere kant van de kamer lopen doet al pijn. Dat wordt gewoon de komende tijd helemaal niet hardlopen. En daar kan ik van alles van vinden, maar soms is het beter om lekker snel bij de laatste van de vijf fases van verwerking uit te komen: acceptatie.

Dat lukt nu alleen nog niet zo lekker. Nu vind ik dit gewoon vreselijk stom en vreselijk oneerlijk. Ik wil gewoon hardlopen! Acceptatie is uiteindelijk onvermijdelijk, maar nu bovenal zo vreselijk… nietszeggend.

De langste marathon

Evenement: Kroondomein Het Loo Marathon (Midwintermarathon)
Datum: zaterdag 3 februari 2018
Starttijd: 10:30
Plaats: Apeldoorn
Deelnemers: 150
Eindtijd: 3:49-ish

“Hoe weten jullie waar je naartoe moet?” riep de man van het stel-met-hond nadat ik ze passeerde.
“Hij navigeert,” riep ik hem wijzend naar mijn anonieme voorganger toe. “Hoop ik!”

Afgelopen zaterdag liep ik mijn langste marathon. Niet figuurlijk gesproken overigens. Ik liep gewoon een extra kilometer nadat ik linksaf was geslagen, waar ik rechts had gemoeten. Uiteraard moest ik dat stuk ook weer terug. Mijn eindstreep lag op een kleine 45 in plaats van de geplande 42,195 kilometer. Geen ramp, want het waren 45 prachtige kilometers…

De Kroondomein Het Loo Marathon van de Midwintermarathon in Apeldoorn was het zaterdagse voorprogramma in een weekend met nog veel meer loopgeweld. De hoofdmoot vond plaats op de zondag met de Asselronde (25 kilometer), de mini-marathon (wat een gekke naam is voor een 10 mijl, maar goed…), de 8 van Apeldoorn en een kidsrun. Niets van meegekregen overigens, want toen lag ik allang weer spierpijn hebbend thuis op de bank te genieten van mijn prachtige medaille.

De marathon was een trail en dat heb ik geweten. Mijn eerste echte trailloop – op twee kleine grasveld-crossjes na – was er één van pittige heuvels, glibberige modder, gemene takken over het pad en oneindig veel Hollandsch natuurschoon. Daarbij was het de bedoeling dat de circa 150 deelnemers zelf de navigatie op zich namen. En waar iedereen druk navigerend met het door de organisatie geleverde gpx-bestand in de weer was, had ik de arrogante gedachte dat ik dat klusje wel even zou klaren zonder navigatiehorloge. Ik nam nog wel het kaartje van de organisatie aan en had de route in mijn telefoon gezet, maar was van plan vooral lekker achter mijn voorganger aan te hobbelen. Het nadeel met zo’n klein deelnemersveld is echter dat voorgangers wel eens net wat verder van je weg kunnen zijn dan je zou willen. Het bochtige parcours kwam dit niet ten goede. Zodoende volgde ik na een kilometer of 35 het roze hesje van een – zo bleek achteraf – niets met het evenement te maken hebbende mountainbiker en begon ik aan de ruime kilometer die de rest toch maar mooi gemist heeft. Nadat het wel erg lang stil bleef om mij heen en ik echt niets of niemand meer in het zicht had, heb ik mijn telefoon erbij gepakt. Daarop knipperde mijn stipje behoorlijk ver van de routelijn af waardoor ik wakker schrok en rechtsomkeert maakte.

Aangezien ik er echt niet voor een tijd liep, baalde ik niet al te stevig. Zeker niet gezien het al met al een prachtige omgeving was en ik er ergens wel de humor van kon inzien dat mijn arrogantie op die manier werd afgestraft. Ik nam de extra kilometers op de koop toe en finishte tevreden in de ijzige miezerregen.

Nog elf marathons te gaan om mijn doel van dit jaar aan te tikken. Langer zullen ze niet snel worden en glibberiger en kouder waarschijnlijk ook niet. Ook ben ik bang dat ze niet heel veel mooier gaan worden, maar zelfs als dat niet zo is, heeft iedere marathon wel weer zijn eigen verhaal. Hopelijk valt dat verhaal de volgende keer wel in mijn voordeel uit…

Op bekerjacht in Binnenmaas

Het is zondag 21 januari 2018 en vandaag ga ik voor het eerst in mijn bijna vijfjarige hardloopcarrière voor een prijs. En het is dan misschien geen grootse prijs, maar sinds ik vorig jaar op het slotstuk van het Beers cross drieluik op het eiland Tiengemeten een tweede plek behaalde op de vijf kilometer wil ik deze prijs. Ik kreeg destijds namelijk geen beker. Die waren enkel voor de winnaars van het eindklassement. En daar moest je de twee eerdere lopen ook voor hebben gelopen. Had ik niet. Ik kreeg voor mijn tweede plek een cadeaubon van een lokale kledingwinkel. Zeker aardig, maar ik wilde een beker. Gewoon, omdat ik dan een echte hardloopbeker zou hebben.

Nu, bijna een jaar later is er een nieuw drieluik. De eerste cross is in Binnenmaas, rond de recreatieplas. Dit keer sta ik ingeschreven voor alle drie de wedstrijden. En die winnaars van het eindklassement van het gehele drieluik? Daar ga ik er dit jaar één van zijn! Want dan heb ik een echte hardloopbeker! Alleen nog even drie keer op of in de buurt van het podium eindigen.

Tien uur. Startnummer halen. Snel een kopje koffie. Jasje uit. Joggingbroek uit. Beetje inlopen en het terrein verkennen. Oeh! Drassig! Tsja, dat hoort bij een cross. Loopt daar nou iemand te strooien op het asfalt? ‘Uitkijken zo! Op deze stukken kan het nog glad zijn!’ Ja, daar loopt iemand te strooien. Vijf minuten voor de start. De starter roept iets over gladheid, modder en vooral veel plezier hebben. Start! Wow. Het gras is echt drassig. Ik lig zesde na de eerste honderd meter. Zesde, daar zijn we niet voor gekomen. Nog eens honderd meter verder heb ik de vierde plek te pakken. Ik loop gelijk op met een jongen die ik al herkende van de cross op Tiengemeten. Daar hadden we een mooie strijd om de tweede plaats die ik uiteindelijk won. Vandaag spelen we, zoveel mogelijk de modder ontwijkend, hetzelfde spelletje om de derde plaats. De nummer één is sowieso al te ver weg en nummer twee lijkt ook een voor mij te hoog tempo te hebben. De jongen en ik wisselen twee keer van plek en dan weet ik een klein gaatje te slaan.

De resterende drie kilometer word ik opgejaagd door voetstappen achter mij. Bizar hoe spannend het lopen om een plek kan zijn. Normaal ben ik bezig met mijn eigen tempo en ben ik me wel bewust van lopers om mij heen, maar niet zo extreem als nu. De laatste kilometer lijkt zo vreselijk lang. Ik denk dat ik het ga redden, maar zeker weten doe ik het niet. Op het laatste veld is een soort slalom uitgezet waardoor ik al slingerend ineens prima kan zien waar ik lig ten opzichte van de rest. Ik heb een seconde of tien, schat ik in. Moet genoeg zijn. Maar terwijl ik dat denk, is daar ineens de finish. Mijn horloge geeft aan dat we nog zeker vierhonderd meter hadden gemoeten voor een echte vijf, maar laat ik niet klagen en gewoon finishen.

Derde! Ik ben derde! – Hijs het rood-wit-blauw. Laat het volkslied door de speakers schallen! Ontkurk de champagne! Huldig mij! – De prijsuitreiking vindt plaats op de parkeerplaats van de plas met de bekende lokale kledingwinkel-waardebonnen. Helemaal goed. Die beker komt er. Straks in maart op Tiengemeten. Maar volgende maand eerst nog de Hellegatcross bij de Banaan in Ooltgensplaat voor deel twee van mijn bekerjacht.

Zo’n loopje…

Zo’n loopje…
Dat je van jezelf moet lopen, maar wat je uitstelt tot later.
Zo’n loopje…
Waarbij je steeds op de klok kijkt om te bepalen of je hem nog kunt doen voordat je te laat bent voor je volgende verplichting.
Zo’n loopje…
Dat je in de ochtend wilt doen voordat je naar je werk gaat, maar wat je uiteindelijk ‘s avonds moet lopen omdat je de deur maar niet uit komt.
Zo’n loopje…
Dat vervolgens de hele dag door je hoofd spookt omdat je hem nog moet lopen. Na het avondeten. In hetzelfde donker als vanmorgen, maar gevoelsmatig een net iets donkerder donker.
Zo’n loopje…
Waarvan je je op een gegeven moment afvraagt hoe erg het zou zijn om nou net dit loopje over te slaan.
Zo’n loopje…
Waarbij je je schoenen net wat meer bedachtzaam strikt terwijl je net wat te diep zucht.
Zo’n loopje…
Met een klotsend volle maag van het avond eten omdat te lang wachten het echt te laat op de avond maakt en je niet met loopbenen in bed wilt kruipen.
Zo’n loopje…
Vol met pijntjes die er zeker weten vanmorgen niet waren geweest.
Zo’n loopje…
Waarbij je ineens de naden van je sokken voelt zitten.
Zo’n loopje…
Waarbij je heel lang niet op je horloge kijkt tot je het, in de volle overtuiging over de helft te zijn, wel doet om er achter te komen dat je net op een derde zit.
Zo’n loopje…
Waar je die grote plas verkeerd inschat zodat je er met een paar ferme passen doorheen stampt met natte voeten als gevolg.
Zo’n loopje…
Met een verkeerde afslag zodat je een kilometer te veel loopt.
Zo’n loopje…
Waar geen eind aan lijkt te komen.
Zo’n loopje…
Wat er ook gewoon soms bijhoort.
Zo’n loopje… had ik net. En ik ben blij dat ik hem heb gelopen. Op naar het volgende loopje!