De top van kunnen voorbij

Meteen ergens heel goed in zijn of met vallen en opstaan steeds een klein beetje beter worden? Een lastige keuze, maar in het geval van hardlopen, ga ik al sinds mijn eerste marathon in 2014 voor het laatste.

Een jaar lang stond de datum rood omcirkeld op de kalender: 13 april 2014. De dag dat ik mijn eerste marathon zou gaan lopen. Slechts een klein jaar nadat ik voor het eerst de hardloopschoenen aantrok. Zou ik wel even doen. Mijn eindtijd wist ik ook al: 3 uur en 14 minuten. Moest ik een snelheid van 4 minuten en 36 seconden per kilometer voor lopen. En dat kon ik, getuige een snelle Zevenheuvelen, Egmond en CPC. Het liep die dag in Rotterdam allemaal net wat anders.

Op zondag 13 april 2014 stond ik met mijn opgegeven eindtijd van sub-3:15 in het vak achter de wedstrijdlopers. Terwijl de laatste klanken van Lee Towers’ “You’ll never walk alone” over de Coolsingel schalden, was ik er nog steeds van overtuigd dat ik daar in dat snelle vak op de juiste plek stond. Het kanonsschot klonk en ik stoof weg. Een kilometer lange beginsprint, waarbij ik links en rechts lopers inhaalde, luidde mijn eerste marathon in. Het ging fantastisch. Ik liep terloops een PR op de halve marathon en waande mij vervolgens nog een kleine 10 kilometer in topvorm. Tot die 32e kilometer op de befaamde Bosdreef rond het Kralingse Bos.

Na 32 kilometer was de tank namelijk plots he-le-maal leeg. Ik liep tegen een muur van honger, dorst, onvermogen en ongeloof op. Ik wandelde zelfs een stuk. Wandelde! Tijdens het hardlopen! Ik pakte water, sportdrank, bananen, sinaasappels en snoepjes aan van vrijwilligers en publiek. En ik baalde. Het wilde er bij mij niet in dat ik na een jaar hardlopen dit niet gewoon even kon. Het werden 10 slopende kilometers waarbij ik uiteindelijk 5 keer moest wandelen en waarbij ik tot 2 keer toe in de hekken heb gehangen met kramp.

Ik finishte in een tijd van 3 uur en 36 minuten. Een prima tijd voor een recreant, dat weet ik inmiddels ook wel, maar die dag totaal niet wat ik voor ogen had. En toch was het voor mij de meest leerzame loopervaring die ik toen had kunnen hebben. Nog nooit was ik mijzelf zo tegengekomen. Nog nooit had ik mijzelf zo vervloekt. En nog nooit wilde ik zo graag beter kunnen dan dat. Deze kilometers maakten mij tot op de dag van vandaag nederig naar de marathon toe. Nederig naar een afstand die voor mij voorbij de top van mijn toenmalig kunnen bleek te zitten.

Naar die 3 uur en 14 minuten ben ik nog steeds op jacht. Ik denk niet dat ik hem ‘zomaar wel eventjes een keer’ aantik. Wat ik wel weet, is dat ik bereid ben er keihard voor te werken. En laat het nou het resultaat van dat werken zijn dat het meest vervult met trots wanneer ik de top van een eerder kunnen doorbreek.

Had ik meteen de 3 uur en 14 minuten gelopen in 2014, dan was de kans groot geweest dat ik nu niet meer had hardgelopen. Ik ben er inmiddels achter dat ik een sportief langetermijndoel nodig heb en die 3 uur en 14 minuten is in dat opzicht onbereikbaar genoeg om nog heel lang een waardig langetermijndoel te zijn.

Ergens hoop ik dat ik hem nooit bereik…

Een gedachte over “De top van kunnen voorbij

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s