De 67e plek

De kramp schoot in mijn bovenbeen en ik stond stil. Of tenminste, ik liep niet meer hard. Ik hobbelde kreunend naar een boom om me tegen af te zetten. Ik keek achterom alsof het er toe deed of iemand mij inhaalde (want dat deed het). Alsof het van groots belang was dat ik mijn geschatte 67e plek in de groep van 300 man met hand en tand verdedigde (want dat was het). We zaten op 35 kilometer en de marathon was de enige afstand bij deze wedstrijd. Het was zowel voor me als achter me rustig. Helemaal in de verte zag ik 2 stipjes; nummer 68 en nummer 69, mijn directe concurrentie. De kramp trok langzaam weg en ik ging rechtop staan. Nee! Daar was ie weer. Terug naar mijn boom. Tussen het vloeken en strekken door zag ik de stipjes mensjes worden.

Een man met een herdershond liep langs. Ze leken zich niet bewust van de wedstrijd. De hond snuffelde aan mijn boom en vond hem goed genoeg voor zijn behoefte. Tijd om door te gaan. Mijn bovenbeen slaagde voor de 2e rechtop-sta-check en voor de terug-hobbel-naar-het-fietspad-check. Ik nam een slok uit mijn bidon en keek nog eens achterom. De mensjes waren een man en een vrouw geworden. Ze aasden op mijn 67e plek.

Ik startte zoals ik vaker was gestart na kramp: voorzichtig hobbelend, blij dat hij voorbij was en wetende dat hij ieder moment terug kon komen. Een nogal angstige manier van lopen. Zeker wanneer je de 67e plek verdedigt.

Het begon te regenen. Al de hele marathon waren er heftige buitjes die werden afgewisseld door net te warme zonneschijn. De snelheid wilde niet terugkomen. Hij was er vlak voor de kramp nog en nodigde deze zelfs uit, maar nu de kramp weg was, lieten de benen het gewoon afweten. Ze deden het nog, maar wilden niet echt meer. De man en vrouw werden hoorbaar. Ze praatten met elkaar en hun stemgeluid kwam steeds dichter bij mijn 67e plek. Plots vielen ze stil. Als 2 jagers die hun prooi niet wilden afschrikken. Maar deze prooi was weerloos en dat wisten zij ook wel.

Ik werd ingehaald. De man – die er nog verrassend fris uitzag – keek om, glimlachte en knikte naar mijn shirt. “Daar heb je pleisters voor,” zei hij in het voorbijgaan. Ik keek ook en zag dat afwisselend regen en zon in combinatie met een iets te grof shirt het werk had gedaan: bloedende tepels. Kon er ook nog wel bij…

Voor de finish mij uit de ellende verloste, werd ik nog 1 keer ingehaald. Door een man die zijn 2e adem gevonden leek te hebben. Op 1 kilometer voor de streep snelde hij mij voorbij alsof hij pas net gestart was. Toen ik als 70e loper de finish passeerde en 5 minuten later mijn bebloede shirt in de kleedkamer uittrok, besloot ik nooit meer een marathon te lopen. Ik was er helemaal klaar mee. De veroveraar van de 67e plek plofte naast me op het bankje. Hij zag er ineens niet zo fris meer uit. “Hebben we toch mooi maar weer geflikt,” zei hij terwijl hij zijn duim naar me opstak en zijn hoofd tussen zijn knieën liet zakken.

Ja. Dat hebben we inderdaad toch mooi maar weer geflikt! Ware woorden vanaf de 67e plek! Toch mooi maar weer bewezen dat het lichaam én de geest te pushen zijn tot prestaties waar ze eigenlijk niet voor bedoeld lijken te zijn. Toch mooi maar weer die comfort zone uit. Toch mooi maar weer eentje voor in de boeken. Toch mooi maar weer geflikt…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s