Amersfoort: de rommeligste marathon

Evenement: Amersfoort Marathon
Datum: zondag 10 juni 2018
Starttijd: 10:30
Plaats: Amersfoort
Deelnemers: 115
Eindtijd: 3:44
“Jaaaaa! Klein stukje nog!” riep toeschouwer na toeschouwer langs de kant. “Je bent er bijna!” En ja, dat klopte. Wanneer je de halve liep…
Klinkt niet zo lief: de rommeligste marathon. Is het misschien ook niet. Maar toch was Amersfoort de rommeligste marathon die ik liep. Geeft niet vreselijk veel, want ik heb er weer één gelopen, had al met al een prima dag en doe graag uitspraken als ‘er zijn ergere dingen in de wereld’…
Eerlijkheidshalve moet ik wel zeggen dat ik denk dat de Amersfoort Marathon enkel rommelig was voor de 115 marathondeelnemers. En dus niet zozeer voor de kleine 5.000 andere deelnemers op de – hou je vast – 1,1 kilometer kidsrun, 2,2 kilometer kidsrun, 5 kilometer, 10 kilometer, halve marathon, estafettemarathon en – even inademen hoor – wandelmarathon. Hmmm, daar heb je het dus: er is wel heel erg veel te doen en dat is allemaal met en in elkaar verweven. Organisatorisch past het allemaal ook nog eens naadloos. Als je er echter op inzoomt naar een enkele marathonloper als ik, zitten er toch wat haken en ogen aan de ervaring die dat oplevert.
Laat ik niet doen alsof alle afstanden tegelijk startten en kris-kras door elkaar liepen waardoor er treintjes van geoefende marathonlopers met 18 kilometer per uur over kleuters heen denderden. Zo erg was het ook weer niet. Wat erg was – of eigenlijk ergerlijk – was het tegelijk starten van de halve marathon met ruim 1.000 deelnemers, de 30 teams van de estafettemarathon en de 115 man op de marathon met vlak daarna de 400 wandelaars van de wandelmarathon van 21,1 kilometer.
Wat je kreeg op een parcours van 2x een halve marathon was het volgende:

  • Drukte in het begin doordat er geen trechterstart werd gebruikt, zodat het parcours overbevolkt raakte op de smallere stukken;
  • Een sfeer in de lange slinger van lopers die zich gedroeg naar de halve marathon met ‘we zijn op de helft’, ‘we zijn er bijna’ en sprintjes tegen het eind aan;
  • Toeschouwers langs de kant die de halve marathon supporterden en daardoor zeker tegen het einde aan de laatste loodjes-kreten ten gehore brachten;
  • Estafettelopers die je als frisse hoentjes voorbij kwamen huppelen omdat ze nu eenmaal een kleinere afstand op hogere snelheid konden afleggen;
  • Een gigantische afname in het aantal toeschouwers in de 2e ronde;
  • Een muur van wandelaars in de 2e ronde die – uitzonderingen daargelaten – de volle breedte van het parcours gebruikten voor de wandeltocht en daarmee de rechte lijn die je als marathonloper wilde aanhouden doorbraken.

Ik snap de wil om een vol programma neer te zetten zodat iedereen bediend wordt. Ook realiseer ik me dat een groot deel van mijn punten zich tussen de oren afspeelt. Maar laat dat nou net de plek zijn waar ik mijn marathon voornamelijk loop…
Dus, dikke tip voor de organisatie: maak dit minder rommelig. Ik weet niet precies hoe en snap ook wel dat ‘makkelijk lullen is vanaf de zijlijn’, maar laat mij de kritische, licht ervaren noot vanuit het deelnemersveld zijn die wat goedbedoelde stof tot nadenken over de zijlijn heen roept.
Deze niet enkel zure noot wil overigens ook nog wel even kwijt dat hij erg blij was met de aantrekkelijke route, de enthousiaste vrijwilligers en de vele muziek- en waterpunten. Al miste ik wel sponsposten… En was de medaille wat klein… En niet uniek per afstand… En, oké klaar nou…! Laten we elkaar gewoon een handje geven en niet per se afspraken maken over of we dit nog eens doen. Oké? Oké. Ik moet gaan nu. Doei.

Thierry’s tips: eten en drinken

Met vijf jaar in de benen en in het hoofd, mag ik best eens iets gaan vinden van hardloopgerelateerde zaken. En daarom ga ik vanaf nu, ter afwisseling van het delen van mijn ervaringen, eens in de zoveel tijd een tip-lijstje (Thierry’s tips, want alliteratie!) neerpennen. Niet omdat dat precies is wat jij moet doen, maar omdat het precies is waar ik iets aan heb. Dikke disclaimer: ik ben ik en jij bent jij. Vind dus vooral uit wat het best bij jezelf past, maar weet dat deze tips werken voor mij. Lijstje één gaat over voeding in aanloop naar en op de wedstrijddag.

Tip 1: Drink veel water
De allerbeste tip op dit vlak die ik je kan geven: drink veel. Niet zoveel dat het ongemakkelijk wordt, maar wel zoveel dat je jezelf er in het begin actief aan moet herinneren dat je nog maar eens wat moet drinken. Gewoon water. Ik ben niet van de proteïne-shakes of bietensap. Water. Water. En nog eens water. Twee liter per dag, minstens. En dat zeker 5 dagen van tevoren. Mag je verder dan niets anders drinken? Natuurlijk wel. Ik start geen dag zonder dubbele espresso. In een marathonweek minder ik echter aanzienlijk en probeer ik het bij één of twee te houden. Verder drink ik in de avond graag van die caloriearme frisdrank van de Lidl. Saskia heet ze (je verzint het niet…). Ik tel geen calorieën, maar daar zitten er bij dat spul niet al te veel van in. Eén a twee glazen per dag kunnen dus prima.

Tip 2: Eet pannenkoeken
Eigenlijk is dit niet eens een tip die iets met hardlopen te maken heeft. Pannenkoeken zijn namelijk altijd een goed idee. Maar buiten dat ze een goed idee zijn, bestaan ze voor een heel groot deel uit koolhydraten en laat je die nu net nodig hebben tijdens je lange afstandsloop. Ze compenseren geen gebrek aan training, maar als je alles in aanloop naar je (halve) marathon goed hebt gedaan, zijn de pannenkoeken het kersje op de taart. Van die taart mag je overigens ook best een extra stukje nemen in je wedstrijdweek. Zoals met alles: wel met mate. Er is een omslagpunt waar stapelen overgaat in vet opslaan. Geen idee waar dat precies zit, maar ik vermoed dat 16 pannenkoeken en 2 stukjes taart in een week tijd aan de veilige kant zitten. En zo niet, dan lalalalaikkanjeniethoren.

Tip 3: Experimenteer vóór je wedstrijd
Een echt gevoerd gesprek:
“Zo, even wat gelletjes gekocht voor m’n eerste halve komend weekend.”
“Ah top! Loop je daar fijn op?”
“Geen idee. Ga ik van ‘t weekend achter komen.”
“…”
Net zoals je niet op nieuwe schoenen gaat lopen tijdens een wedstrijd, ga je ook niet experimenteren met voeding en drank tijdens een wedstrijd. Je hebt namelijk geen idee hoe iets binnenkomt en wilt niet op twintig kilometer in je eerste marathon over je nek gaan omdat de appel-gel helemaal niet naar appel smaakt, maar naar groene Fernandes met suikerklontjes. Daarbij is het nog een heel gedoe om zo’n gelletje tot je te nemen. Zeker een eerste keer. Oefen daar dus vooral vooraf mee. Net zoals met repen, bananen en sportdranken.

Tip 4: Beloon jezelf achteraf
Je bent er! Je hebt het gedaan! Vette medaille, vette ervaring! En waarom dan geen vette hamburger? Of dat ene vette speciaalbiertje. Nu hoef ik je niet per se te vertellen dat dat een goed idee is, maar de tip die ik je hier geef is dat je dat dus wel even vóóraf in huis haalt. Toen ik vorig jaar naar de Ironman in Zweden ging en al negen maanden geen druppel alcohol had gedronken, gingen er mooi twee blikken Guinness mee in de koffer. En de gefinishte ik was destijds maar wat blij met de kofferpakkende ik! De gefinishte ik viel wel om na de eerste van de twee blikken, maar dat was kofferpakkende ik niet aan te rekenen.

Tip 5: Mijn marathonvoeding
Dit wordt dus heel persoonlijk, want het is mijn eigen ding, maar na 14 marathons heb ik in ieder geval voor mezelf redelijk door wat werkt. Uitgaande van een zondagochtendmarathon is dit mijn weekschema op het vlak van eten en drinken:
Maandag tot en met donderdag
Minimaal één keer pannenkoeken en één keer macaroni met spinazie, kip en kruidenboter (yes, dat is meteen het hele recept).
Vrijdag
’s Morgens én ’s avonds pannenkoeken.
Zaterdag
’s Avonds koude pastasalade.
Zondag
Voor de wedstrijd: enkele espresso, glas melk, glas water, twee pannenkoeken met appelstroop, twee witte bolletjes met appelstroop, twee bruine boterhammen met appelstroop.
Tijdens de wedstrijd: minimaal twee liter water, vanaf het halve marathon-punt twee a drie keer sportdrank, banaan op twintig kilometer, SIS Go + Caffeine Berry gel op vijfentwintig kilometer, banaan op dertig kilometer, SIS Go + Caffeine Berry gel op vijfendertig kilometer, SIS Go + Caffeine Double Espresso gel op negenendertig kilometer.
Na de wedstrijd: pak Chocomel, zak winegums, reep chocola met hazelnoten.
En thuis staat een ijskoud speciaalbiertje te wachten.

Zo. Da’s een heel verhaal. Waar het eigenlijk allemaal op neerkomt, naast common sense en wat kennis over onder andere koolhydraten en water, is uitproberen, uitproberen en nog eens uitproberen. Iedere training kun je gebruiken om nieuwe zaken in uit te proberen en werkt iets tijdens een wedstrijd niet? Dan pas je dat een volgende wedstrijd aan. Zolang je verder blijft luisteren naar je lichaam en reageert op wat het je vertelt, komt het allemaal goed. Sowieso als je jezelf naderhand trakteert op chocolade. Want chocolade.

Leiden: de fijnste marathon

Evenement: Leiden Marathon
Datum: zondag 27 mei 2018
Starttijd: 10:45
Plaats: Leiden
Deelnemers: 708
Eindtijd: 3:36

“Ziet er goed uit, Thierry!” riep de toeschouwer vanuit de berm. “Even volhouden nog!” Ik kon hem totaal geen ongelijk geven en volgde zijn advies op.

Ik had de strekking van dit stuk dus al helemaal bedacht vooraf. Iets met: ‘in verzengende hitte krampachtig en dorstig lijden tijdens de tweeënveertig van Leiden’. Krantenkopje, hè? Het zou een melancholische en poëtische uiteenzetting worden van de wijze waarop mijn krachten mij dit jaar marathon na marathon steeds wat meer in de steek lieten. Het stuk zou wellicht eindigen met de mededeling dat ik er helemaal klaar mee was en dat ik mij lekker op punniken zou storten of zo. Wee mij. Arme ik. Boehoehoe.

Maar… De marathon van Leiden was fantastisch!

Ja, het was vreselijk warm. Zo warm dat ik grote delen met pet op liep en dat doe ik eigenlijk nooit. Zo warm dat ik een week lang liters en liters water had gedronken ter voorbereiding. Zo warm dat ik vooraf zo bang was dat ik helemaal stuk zou gaan van de hitte. Maar laat de organisatie van Leiden zich nou net als ik goed voorbereid hebben! Extra sponsposten, extra waterposten, waarschuwingen aan alle kanten; meer had de organisatie niet kunnen doen. Meer deed het publiek wel: tientallen initiatieven van subtiele tuinslangen tot complete sproei-installaties en van kinderen met enkele bekertjes tot waterposten die niet voor officiële hadden onder gedaan. Ik heb er welgeteld nul overgeslagen en ben de initiatiefnemers stuk voor stuk dankbaar!

En ja, het was vreselijk ver. Toch weer tweeënveertig kilometer en honderdvijfennegentig meter om precies te zijn. Twee weken na mijn vorige poging zag ik daar toch net wat meer tegenop dan bij eerdere marathons. Vooral omdat de vorige drie pogingen nou niet bepaald krampvrij waren verlopen. Maar… ik kreeg geen kramp! Dat was even geleden en heel erg welkom. Die kramp zat namelijk na Tilburg echt niet meer alleen in mijn bovenbenen. Die begon vooral tussen mijn oren te zitten. Gezien hij uitbleef door al die litertjes water tijdens én voor de race heb ik er vertrouwen in dat dit weleens de tactiek kan zijn die ik altijd moet hanteren. Sommigen stoten zich geen tweemaal aan dezelfde steen. Ik had er een behoorlijk hoopje stenen voor nodig, maar denk dat ik inmiddels weet hoe ik de volgende moet mijden.

Tot slot het publiek. Ik had een kopietje van Utrecht of Tilburg verwacht. Dit was echter een prachtig volksfeest dat haast kan tippen aan dat feestje in Rotterdam. Natuurlijk hielp het weer een handje mee, maar het publiek stond echt overal en zorgde voor golven van applaus, high-fives, muziek, bananen, winegums en puur enthousiasme.

Kortom, Leiden had ik echt even nodig en heeft mijn geloof in een prettige marathon die vlak te lopen is weer volledig hersteld. Mijn eerder bedachte klaagzang gaat nu dus totaal niet op en dat klinkt dan misschien stukken minder dramatisch, ik teken ervoor! Op naar Amersfoort!

Tilburg: de gemoedelijkste marathon

Evenement: Marathon Tilburg
Datum: zondag 13 mei 2018
Starttijd: 09:30
Plaats: Tilburg
Deelnemers: 316
Eindtijd: 3:53

“Genieten hier! Of niet dan?” zei de beste man nadat ik hem weer inhaalde. Vlak daarvoor was hij plots gestopt met hardlopen en haalde hij zijn telefoon uit zijn flipbelt. Even rustig een fotootje maken van het Brabantse land. Moet kunnen…

De marathon van Tilburg was nieuw. Nou ja, bijna nieuw. Ze deden het hier voor de tweede keer. Maar ze pakten het wel meteen groots aan met een hele, een halve, een kwart én een achtste marathon. Veruit de meeste deelnemers kozen voor de halve, maar ook de hele mocht rekenen op ruim driehonderd sportievelingen. Al met al was het een gemoedelijk dagje. Gemoedelijk met een zachte g natuurlijk, want Brabant.

De start was lekker vroeg en het weer was met een graad of dertien en wat motregen perfect. Aan de omstandigheden lag het dan ook zeker niet. Ook niet aan de stadsdichter en de zanger die ons vanuit een hoogwerker respectievelijk een gedicht over hardlopen en een gemoedelijke versie – want half tien op de zondag – van Guus’ Brabant toeschalden.

Na de start merkte ik al vrij vroeg dat ik niet de dag ervoor heel de dag had moeten klussen. Ook was het half uur lange sprintje op de fiets eerder op de dag – waarna de trein natuurlijk gewoon vertraging bleek te hebben – niet echt ideaal voor de benen. Deze voelden dan ook al vrij snel vrij zwaar. Te zwaar merkte ik na vijf kilometer al. Toch gingen de eerste vijfentwintig kilometer best lekker. En ineens was daar de kramp, inmiddels een goede bekende. Eigenlijk kan ik ook niet meer van ‘ineens’ spreken. Hij was er gewoon, als verwacht. Ik moet toch binnenkort eens aan mezelf uitleggen waarom ik dit dan blijf doen…

De laatste zeventien kilometer waren een ietwat langere strijd dan gewenst. Ik vervloekte mezelf en daarbij mijn benen en voeten in het bijzonder. Gemoedelijk vervloeken, dat wel. Vervloeken en gemoedelijk lijken niet helemaal samen te gaan, maar gek genoeg went zelfverkozen lijden waarbij een finish altijd (hoe ver deze ook nog is) in het verschiet ligt. Ik weet dat ik er desnoods kruipend of hinkend overheen ga; die finishboog komt en ik ga er onderdoor.

Het was een marathon zonder uitersten. Niet al te veel publiek, maar ook geen kilometers zonder. Zo af en toe eens een blaaskapel of een bewoner die zijn speakers voor de gelegenheid testte. Prima bevoorrading, attente vrijwilligers en een nette verzorging voor en na de race. Al met al erg gemoedelijk, maar niet heel bijzonder. Bij de finishboog klonk de gebruikelijke speaker en ontving ik mijn welverdiende medaille.

En zo finishte ik mijn dertiende marathon op een al wat voller Koningsplein en ben ik na vier marathons dit jaar nog steeds op zoek naar die eerste echt succesvolle. Misschien komt kwantiteit de kwaliteit toch niet helemaal ten goede.

Over twee weken nummer vijf…

Wat ik haat aan hardlopen

Gekke titel natuurlijk voor een hardloopblog: ‘Wat ik haat aan hardlopen’… Zeker gezien ik van heel veel dingen hou binnen het hardlopen. Dingen als bijvoorbeeld een lopersgroet, persoonlijke records of het finishen van een marathon.

Dat dus vooropgesteld. Maar vanmiddag werd ik door een uitspraak van Olivier Heimel, hoofdredacteur van de Runner’s World, en later door een zwerm vliegjes in mijn mond tijdens m’n avondschemerloop aan het denken gezet. De relatie tussen de zwerm vliegjes in mijn mond en het haten moge voor zich spreken, maar de quote van Heimel zal ik even optekenen en uitleggen. Hij vatte zijn ervaring met zijn allereerste marathon namelijk samen in de uitspraak ‘Je bent tijdens een marathon gewoon een paar uur lang boos op jezelf’. En dat is eigenlijk best raar wanneer je met het, zeker wat mij betreft, mooiste element uit je hobby bezig bent. Best raar, maar wel waar.

Voor ik overigens naar de uitleg daarvan ga, een paar andere haatzaken naast vliegjes. Even snel. Dan heb ik ze allemaal een keer van me afgeschreven en hoef ik er niet los hiervan een heel onsmakelijk blog aan te wijden. Hier komen ze: schuurplekken in de lies, bloedende tepels, loslatende teennagels en Tom Dumoulintjes in de graskant. Zo. Dat is uit de weg. Op al deze punten kom ik overigens steeds beter uit de verf door gebruik van vaseline, strakzittende kleding, ruimere schoenen en de juiste ontbijtsamenstelling. Kwestie van al-doende-leert-men…

Maar wat dus niet weg te smeren of uit te balanceren lijkt, is dat ik mezelf soms haat tijdens het hardlopen. En dat haat ik op die momenten het allermeest aan hardlopen. Ik haat vooral de kilometers tussen tweeëndertig en veertig van een marathon. Steeds weer opnieuw. Gezien ik mezelf bewust ook voor die kilometers heb opgegeven, ben ik dus boos op mezelf. Ik vervloek mijn toenmalige idee van het inschrijven, vind de trainingen die geleid hebben tot deze acht helse kilometers nutteloos en wil het liefst opgekruld in de berm gaan liggen tot iemand me oppakt en over de finish tilt. De reden dat ik toch doorloop – de ene keer sierlijker dan de andere keer – is een piepklein stemmetje dat de haat overstemt. Dit stemmetje vertelt mij dat die medaille glanst, dat het ijskoude finishbiertje beter smaakt dan alle andere en dat het verhaal van de marathon uiteindelijk mooier is dan de gevoelens tijdens die acht kilometer. Mede dóór die acht kilometer.

Gek dat een stuk zelfkastijding nodig is om je hobby tot de max uit te kunnen voeren. Maar toch blijft ik die marathons lopen. De uitdaging zit hem er juist in dat stemmetje te vinden en hem steeds iets harder te laten klinken. Dat lukt me al beter dan in het begin, al ben ik er zeker nog niet. In Rotterdam ging het onlangs ondanks een niet al te lekkere laatste tien redelijk prima, maar vorige maand in Utrecht werd het stemmetje zo goed als weggedrukt door kou, kramp, zelfmedelijden en algehele hardloophaat.

Ik hoop dat ik het stemmetje blijf vinden, maar het hoeft van mij nooit op voorhand al te winnen. Het hoeft van mij nooit makkelijk te worden. Want juist het overwinnen van die haat maakt het houden van hardlopen zo mooi. En als het dan toch ooit te makkelijk wordt? Dan zoek ik het nog verder. Nog hoger. Nog extremer. Tot ik weer een haat vind die het verhaal weer mooi genoeg maakt. En zo ben je er dus nooit écht en duurt de reis voort. En daar hou ik dan wel weer van…

Rotterdam: de verstandigste marathon

Evenement: NN Marathon Rotterdam
Datum: zondag 8 april 2018
Starttijd: 10:07
Plaats: Rotterdam
Deelnemers: 16.000
Eindtijd: 3:47

“Kom op, Thierry!” hoor ik langs de kant oneindig veel keren. Meestal van vreemden, maar ook nog nooit zo vaak van bekenden. “Klein stukje nog!” Leugenaars…

Ik liep mijn derde Rotterdam. De mooiste marathon van Nederland met een fantastische route en een geweldig publiek. En dat bleek zeker gisteren maar weer eens. De lente kwam plots in volle glorie achter het wolkendek vandaan en zette zestienduizend lopers in het – niet per se gewenste – zonnetje. Een beetje gekke dag werd het hierdoor. Zeker gezien we een maandje geleden nog op het ijs stonden. En ik ga dit weer niet als excuus gebruiken, maar wel als aanleiding. De aanleiding tot een hele bewuste en, al zeg ik het zelf, verstandige beslissing nadat het gewoon niet meer lekker liep.

Precies op het punt waar ik de Brielselaan op draaide, op zo’n tweeëntwintig kilometer, gooide ik een knop om. Deze knop ging van ik-moet-rond-de-vijf-minuten-de-kilometer-lopen naar finish-nou-maar-gewoon(-en-geniet!). Dat klinkt als een logisch besluit en misschien is dat het ook wel. Het is alleen een besluit dat ik nog nooit eerder in een marathon heb kunnen nemen. Ik was dan ook best een beetje trots op mezelf…

Maar betekende dit besluit dan dat de rest van de Marathon Rotterdam vlekkeloos verliep? Zeker niet. De eerste tien kilometer erna nog wel. Daarin genoot ik op een veel rustiger tempo van de route en van het publiek. Daarna, op de welbekende Bosdreef, begon ie gewoon welbekend en ouderwets pijn te doen. Maar het gaf niet. Het was namelijk Rotterdam. En dat verzekerde mij en mijn medelopers van een onaflatende stroom aan aanmoedigingen, spandoeken, winegums, dropjes, bananen en high fives van zowel onbekenden als bekenden.

De laatste kilometers liep ik redelijk gelijk op met een collega die haar eigen pijnlijke strijd aan het strijden was en realiseerde ik mij nog net wat meer dat iedereen toch echt zijn eigen wedstrijd liep. Ergens is het ook bizar je zo druk te maken over een eindtijd wanneer die zo gigantisch ver van die van de winnaar af ligt.

Achteraf hoorde ik niets dan verhalen van marathons die anders liepen dan gepland, maar dat kwam voornamelijk omdat de lopers net als ikzelf verstandige beslissingen namen. Soms niet de leukste beslissingen, maar gelukkig wel beslissingen die ervoor zorgen dat het recreatief lopen van een marathon een uitdagende hobby blijft en geen geforceerde poging tot winst op je eerdere zelf.

Het heeft er bij mij in ieder geval voor gezorgd dat mijn derde marathon van dit jaar er eentje is waar ik nu al met veel plezier op terugkijk.

En eentje waarvan ik nu alweer zo goed als zeker kan zeggen: tot volgend jaar!

Utrecht: de pijnlijkste marathon

Evenement: Utrecht Science Park Marathon
Datum: zondag 18 maart 2018
Starttijd: 12:30
Plaats: Utrecht
Deelnemers: 353
Eindtijd: 3:59

“Kunnen we je ergens mee helpen, Thierry?” vroeg de op zo’n 34 kilometer langsfietsende EHBO-dame.
“Heb kramp. Maar het gaat wel,” overtuigde ik haar, maar vooral mezelf.

Vier weken geleden leerde een zweepslag mij wat een blessure is.
Drie weken terug liet ik de kruk waarmee ik het normale lopen ondersteunde voor het eerst weer staan.
Twee weken gelee begon ik voorzichtig met 8 kilometer hardlopen.
Vorige week liep ik een halve marathon met de rem op 5 minuten per kilometer.

En gisteren tikte ik voor de dertiende keer de marathonafstand aan. Veruit mijn langzaamste marathon. Veruit mijn koudste marathon. Veruit mijn meest gure marathon. Maar bovenal veruit mijn pijnlijkste marathon, doorspekt met kramp en ongemak.

Gisteren vond ik mezelf een halve marathon lang vooral een domme sukkel. Niet omdat de zweepslag terugkwam. Dat had einde oefening geweest. Maar een domme sukkel omdat ik per se moest van mezelf. Omdat ik niet halverwege besloot te finishen op de halve. Omdat ik in de haast mijn bidon, muts en handschoenen in mijn tas had laten zitten. Omdat ik te lang op mijn oude schoenen had doorgelopen en zodoende gloednieuwe inliep op een marathon. Omdat ik een marathon aan het lopen was die ik voor het grootste deel van deze marathon helemaal niet wilde lopen.

En vooral dat laatste knaagde. Ik heb nog nooit de volle tweeënveertig kilometer een marathon wíllen lopen. Er is altijd een moment dat ik het lopen en mezelf vervloek, maar dat moment zit doorgaans tegen het einde aan. Niet in de laatste eenentwintig kilometer en ook nog eens een deel van de eerste paar kilometer.

Het grootste deel van de ervaring ligt bij mezelf, maar de marathon zelf hielp ook niet mee. De route is vrij onaantrekkelijk, met enkel een paar leuke kilometers door het centrum van Utrecht. Het weer was vreselijk met een gevoelstemperatuur van min 10 door de koude, gure oostenwind. En door dit weer leek het water bij de drankposten ijswater en was het publiek grotendeels afwezig.

Al met al geen topdag. Maar goed. Leer je van. Word je sterker van. Neem je mee voor een volgende.

Vandaag vind ik mezelf nog steeds een domme sukkel. Maar wel een domme sukkel die vol goede moed gaat trainen voor de volgende. En een domme sukkel met toch mooi weer een nieuwe marathonmedaille…